Caligula

Best zwaar, zo’n kantoorbaan. Na 213454 jaar slavenarbeid horecawerk heb ik eindelijk de stap gezet naar een bestaan in de respectabele wereld van mensen die rond 8:30 ’s ochtends half slapend in pak door het centrum van Den Haag fietsen om achter een bureau te gaan zitten. En ik moet zeggen, het voelt fantastisch. Elke ochtend als ik langs het Hilton fiets, op mijn fiets met te zachte achterband die ik niet kan oppompen omdat ik geen pomp heb, kijk ik met een overweldigend gevoel van opluchting naar de rijke zuurpruimen die met een nors gezicht en neerbuigend handgebaar het bedienend personeel sommeren nog meer koffie in te schenken. Mijn koffieschenkdagen liggen achter me.

Natrappen naar het vak waarmee je ruim de helft van je leven de huur mee hebt betaald is niet netjes. Dat is ook niet wat ik wil doen, nee de trap na plaats ik graag vol in het kruis van de rijke hotelgast. Dat het in de wereld om geld draait is natuurlijk voor niemand een geheim. We verzuchten het allemaal weleens in de kroeg als we de transfer van Neymar voor 222 miljoen naar PSG bespreken. Echter, het sociale kankergezwel dat iemand in z’n kop krijgt van een bankrekening met veel nullen van dichtbij meemaken is een compleet ander verhaal. Een aandoening die schikbarend veel voorkomt bij het bestuur van allerlei stichtingen die met hun belasting en donatiegelden lekker luxe komen eten in het chique Hilton. Clubjes naar sigaren en cognac stinkende bejaarden die dankzij een flinke dosis nepotisme vanaf hun studentencorpsdagen hun zakken hebben gevuld met nietszeggende baantjes bij nietszeggende ondernemingen die een nietszeggende bijdrage leveren aan het voortbestaan van de mensheid. En het halve dozijn half leeggedronken flessen dure wijn worden aan het einde van de avond netjes gedeclareerd. Dat gaan de welgestelde heren immers zelf niet betalen.

Het lijkt me een mooi sociaal experiment om dit soort bestuurstuig een jaar lang op te sluiten op een onbewoond eiland om te kijken of zij überhaupt iets van betekenis doen voor dat geld. En als de wereld zonder hun bijdrage dan gewoon rustig voort bestaat, ze als Caligula de dood in treiteren en hun geld vorderen in naam van de staat. Er is meer dan genoeg geld in de wereld, alleen zit vrijwel alles bij twee procent van de bevolking. Gum die twee procent uit en verdeel het over de rest. Een naïeve gedachte natuurlijk, van die nieuwe 98 procent pikt weer twee procent al het geld en zijn we terug bij af. We zijn nou eenmaal een laakbare soort. Als ik morgen tien miljoen vindt op straat stuur ik het namelijk ook niet op naar Afrika. Toch zou ik als iemand om 7:00 ’s ochtends een koffie voor me inschenkt wel gewoon dank je wel zeggen en vriendelijk glimlachen. Is dat nou echt te veel gevraagd?

Related posts

Leave a Comment