Mag ik dat zo zeggen?

Sommige mensen denken hardop in retorische vragen. Ik zou daar graag hardop mijn antwoord op denken. Het zijn ongetwijfeld de domme kinderen op de basisschool die alle vragen van het formatlijstje daadwerkelijk aan zichzelf stelden in hun spreekbeurt. “Waar gaat het boek over?” En dan gaan vertellen waar het boek over gaat. Het feit dat je in groep zes zit is een vrij goed excuus voor dit soort onzin, maar niet iedereen lijkt het af te leren.

Laatst gehoord in de Albert Heijn:

Kassameisje: Wilt u de bon?
Hardopdenkmuts: Wil ik de bon? Heb ik iets aan de bon? Nee. Nee doe maar niet.

Dit alles hard op. Ik wilde er bijna iets van zeggen. – Niet in de laatste plaats door het stopzetten van mijn medicatie waardoor ik ben veranderd in een overstromende emmer van rare impulsen – . Zal ik er wat van zeggen? Dacht ik, niet hard op. Onder het mom van “if you don’t have anything nice to say, don’t say anything at all”, besloot ik m’n mond maar te houden.

Ik ben er stellig van overtuigd dat dit dezelfde mensen zijn die hun mond bewegen als ze een boek lezen. Eventueel volgen ze de regels met een vinger om niet mentaal uit de bocht te vliegen bij het einde van een zin. Is het dan erg dat deze mensen dat doen? Nee hoor dat is niet erg. Voel ik mij dan beter dan de mensen die dit doen? Nee ook niet echt, maar zou het niet irritant zijn als iedereen elke vraag zou beantwoorden door eerst zelf weer een vraag aan zichzelf te stellen? Ja, dat is denk ik best irritant. Aan de andere kant is het wel een briljant idee voor je woorden totaal bij een essay, scriptie, of ander nietszeggend product dat je van derden moet schrijven om te laten zien dat je iets geleerd hebt van een uit zijn nek kletsende oen die geen baan kon vinden en daarom maar docent werd op een hogeschool.

Zo, dat lucht op.

Related posts

Leave a Comment