Stront in je oog

Zeiken op de scheidsrechter. Iedereen doet het. Of je nou supporter, trainer of speler bent. Zelf vraag ik de scheidsrechter op zaterdag ook weleens luidkeels of hij misschien stront in zijn oog heeft. Dit fenomeen hoort net zo goed bij voetbal als doelpunten en keepershandschoenen. De laatste jaren slaan we echter allemaal een beetje door. Scheidsrechters worden steeds slechter hoor je dan. Onzin natuurlijk. Terwijl wij op zondagmiddag met een zak chips op schoot na vierenzestig herhalingen hebben gezien dat Pellè, of wie dan ook, wat makkelijk naar de grond ging moeten onze vrienden van het scheidsrechterskorps dit in een split-second beoordelen. Het verleidde ’s werelds minst objectieve analist, Ronald Waterreus, tot zijn eerste rake uitspraak ooit. “Verdedigers moeten ervoor zorgen dat de scheidsrechter niet in de gelegenheid komt'”. In dit artikel wil ik graag een lans breken voor de mannen in het groen. Respect.

“Ik raakte Fischer helemaal niet, het was absoluut geen strafschop” loog Ruud Vormer glashard in de camera van Foxsports, na de slechtste klassieker in een jaar of twintig. Over achteruitgang gesproken. Weet Ruudje niet dat we er tegenwoordig nog wel achter kunnen komen of hij zijn schoen uittrapte? Ik stem voor een tweede interview, inclusief stilgezet beeld van het contact. Kijken of Vormer zich beter uit zo’n gesprek redt dan menig scheidsrechter. “Ajax heeft onverdiend gewonnen” aldus Jordi Clasie. Nou was ik, samen met de rest van Nederland, ook verrast dat Feyenoord de eerste tien minuten prima speelde en terecht op voorsprong kwam. De rest van de wedstrijd hebben ‘we’ de bal niet meer dan drie keer normaal over kunnen spelen. Liep Ruben Schaken een paar keer als een F-pupil buitenspel en was Vormer vooral bezig met balletjes breed of terug te spelen. Emoties en een andere beleving daargelaten, het is een belediging voor de kijkers thuis. Steek je hand in eigen boezem en zeg dat Ajax vandaag een maatje te groot was.

Aanmerkingen op de scheids af doen met kreten als spelers geven ook wel eens een slechte pass zijn natuurlijk het andere uiterste. Voetbalwedstrijden worden beslist door goede en slechte acties van voetballers. Een scheidsrechter dient in principe een dood spelobject te zijn, een soort bewegende doelpaal. Zolang de hoge (oude) heren in hun ivoren toren geen doorgang geven aan meer technische hulp zullen deze doelpalen af en toe fouten blijven maken. Je kan hoogspringen en laagspringen, maar geen mens op aarde kan altijd foutloos fluiten. In vergelijking is het ook niet redelijk om van spelers te verwachten dat ze altijd foutloos spelen. Het zou wel grappige televisie opleveren: “Zo Ruud Vormer, deze vrijetrap ging wat hoog over. Heb je hier een verklaring voor?”. Ongetwijfeld zal de scheids de muur niet op afstand hebben gezet.

Serdar Gözübüyük, ’s lands meest ijdele leidsman, ging wat ver toen hij zijn respect stunt uithaalde bij de immer sympathieke Robert Maaskant. We moeten niet doorslaan. Het oneens zijn met de scheids hoort bij voetbal. Voetbal is emotie, voetbal is oorlog, in oorlog zoekt men zondebokken en de scheidsrechter is een makkelijk doelwit. Een dikke huid is een cruciaal onderdeel van een goede scheidsrechter. Een ander onderdeel is het stellen van een grens. In enigszins normale bewordingen kan een voetballer af en toe best iets naar de scheids roepen.  Geslachtsgemeenschap met één van zijn naaste familieleden voorstellen gaat dan weer wat te ver. Bekritiseer, maar schreeuw met mate. Misschien een idee voor de nieuwe KNVB reclame.

Om de last die een scheidsrechter draagt goed te kunnen begrijpen is het wellicht ook nodig om een keer in hun schoenen te gaan staan. Zelf fluit ik op zondag af en toe een wedstrijdje van de plaatselijk FC en ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik niet af en toe achteraf spijt heb van een beslissing. Gelukkig bestaat het stadion bij deze club uit wat oude mannetjes die een pijp roken langs de rand van het veld en staat er na afloop geen Hans Kraay om te vragen wat mij in godsnaam bezielde toen ik die strafschop gaf. Het is af en toe zo ontzettend lastig als twintig opgefokte voetballers met z’n allen appeleren voor een andere overtreding. Tel daarbij op dat professionele scheidsrechters af en toe ook nog eens een kolkend stadion vol doorgesnoven bouwvakkers als ‘adviseur’ hebben en je kan je wellicht voorstellen dat het niet de makkelijkste baan ter wereld is.

De oplossing? Zinloze oefenpotjes laten fluiten door voetballers. Kijken hoe Jordi Clasie het vindt als er acht spelers op hem afrennen en schreeuwen om een strafschop. Kijken hoe gedecideerd hij zonder blikken of blozen naar de stip wijst. Voetbal is moeilijker dan fluiten, natuurlijk. Voetballers krijgen ook net iets meer geld dan scheidsrechters. Net iets meer mooie voetbalvrouwen en net iets meer roem. Scheidsrechters zijn zelden foutloos. Dat wil ik niet zeggen met dit stuk. Maar aan het einde van de rit is het beste team toch vrijwel altijd kampioen. Is de beste spits vrijwel altijd topscorer en zeuren we met z’n allen dat Robin Van Persie nooit scoort in het Nederlands elftal.

Related posts

Leave a Comment